Van bodemloze put naar bewijs dat de derde wereld wél eerste wereld kan worden
Nederland staat op een kantelpunt in het denken over ontwikkelingssamenwerking. Elk jaar investeert ons land miljarden euro’s in hulp aan tientallen landen, via honderden projecten. Op papier klinkt dat als mondiale solidariteit, maar in de praktijk blijkt het effect vaak minimaal en het draagvlak steeds kleiner.
Burgers zien geen tastbaar resultaat. Projecten versnipperen, budgetten verdampen, het overzicht ontbreekt. En ondertussen groeit de twijfel: heeft dit wel zin?
Die twijfel is begrijpelijk, maar het antwoord moet niet zijn: stoppen met helpen. Het antwoord is: het anders doen. Gerichter. Effectiever. Zichtbaarder. Daarom stellen we een fundamentele koerswijziging voor:
Nederland kiest – één land, één missie, één generatie.
Van versnippering naar focus
Ons huidige ontwikkelingsbudget – in 2024 bijna zes miljard euro – wordt verdeeld over ruim veertig landen en honderden initiatieven. Van landbouwprogramma’s in Afrika tot onderwijs in Azië, van noodhulp tot klimaatadaptatie. Hoewel deze inspanningen afzonderlijk zinvol kunnen zijn, leidt het totaal aan een structureel probleem:
- te weinig focus
- te weinig impact
- te weinig zichtbaarheid
De burger ziet vooral geld verdwijnen, zonder concrete verbeteringen. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het CBS laat zien dat het draagvlak al jaren daalt. De hulp voelt als een bodemloze put.
En die afbrokkeling van vertrouwen vertaalt zich politiek steeds vaker in pleidooien voor bezuinigingen. Niet uit onwil, maar omdat de effectiviteit ontbreekt.
De wereld verandert – wij moeten mee
Tegelijkertijd verandert de wereld. Instabiliteit in het Midden-Oosten en Afrika leidt tot migratiestromen richting Europa. De druk op de Nederlandse opvang, huisvesting en sociale voorzieningen neemt toe.
In deze realiteit is het onhoudbaar om ontwikkelingssamenwerking los te koppelen van strategisch beleid. We hebben een model nodig dat zowel moreel als praktisch werkt. Dat solidariteit koppelt aan impact. Het antwoord? Focus. Eén land. Eén missie. Eén generatie.
Het voorstel: structurele samenwerking met één partnerland
Het nieuwe model zet in op radicale focus. Nederland kiest één partnerland, bijvoorbeeld Syrië, en verbindt zich daaraan voor twintig jaar. Geen ad-hochulp meer, maar een breed gedragen nationaal verbond, waarin overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen, NGO’s en burgers samen bouwen aan echte vooruitgang.
Het model rust op zes kernprincipes:
- Focus – Een groot deel van het ontwikkelingsbudget (bijv. 1,5–3% van het BNI) gaat naar één land.
- Integrale aanpak – Onderwijs, zorg, economie, rechtsstaat en infrastructuur worden in samenhang ontwikkeld.
- Publiek-private samenwerking – Overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en NGO’s werken samen in één platform.
- Transparantie – Jaarlijkse rapportages, publieke dashboards, meetbare doelen.
- Langetermijncommitment – Twintig jaar onafgebroken inzet, met tussentijdse evaluaties.
- Strategische partnerkeuze – Een land waar de nood hoog is, maar wederopbouw haalbaar.
Casus: Syrië
Syrië is een land dat, na jaren burgeroorlog, voor een existentiële wederopbouwopgave staat.
- Miljoenen mensen zijn op de vlucht of ontheemd.
- De infrastructuur ligt in puin.
- Een jonge generatie groeit op zonder toekomstperspectief.
- De Syrische diaspora is omvangrijk, ook in Nederland.
Juist daar kan Nederland een verschil maken. Niet als wereldmacht, maar als slimme partner. Door kennis, middelen en mensen te verbinden, kan Nederland bijdragen aan de transformatie van Syrië – van fragiele staat naar stabiel, democratisch en economisch levensvatbaar land.
Europese en internationale inbedding
De Europese Unie pleit al jaren voor minder versnippering en meer effectgerichte hulp. In de European Consensus on Development (2017) wordt lidstaten aangeraden hun hulp te concentreren.
Programma’s als NDICI – Global Europe en het Global Gateway-initiatief bieden financiering en ondersteuning. Door als lead donor te opereren in één land, kan Nederland extra Europese middelen aantrekken en de impact vergroten.
Internationale voorbeelden laten zien dat het kan:
- Denemarken en Groenland tonen hoe langdurige samenwerking werkt.
- Frankrijk en Marokko laten zien dat partnerschap migratiedruk kan verlagen.
- Het VK maakt al langer keuzes voor focuslanden en zichtbare resultaten.
Economische en maatschappelijke baten
Voor het partnerland:
- Investeringen in onderwijs creëren toekomstkansen.
- Gezondheidszorg wordt heropgebouwd, kindersterfte daalt.
- Infrastructuur ondersteunt economische ontwikkeling.
- Werkgelegenheid groeit door samenwerking met Nederlandse bedrijven.
Voor Nederland:
- Migratiedruk daalt als mensen weer perspectief krijgen in hun eigen regio.
- Nederlandse bedrijven krijgen toegang tot wederopbouwprojecten.
- Nederland vergroot zijn politieke invloed binnen de EU.
- Burgers zien eindelijk zichtbaar resultaat van hun belastinggeld.
Rekenscenario’s
Zelfs een klein percentage van het BNI levert enorme investeringsruimte op:
| BNI-percentage | Totaal over 20 jaar |
| 1,5% | ± €6 miljard |
| 3% | ± €12 miljard |
| 5% | ± €20 miljard |
Met deze bedragen kan een land als Syrië in twintig jaar structureel worden herbouwd.
Politieke relevantie: links, rechts en midden vinden elkaar
- Links ziet echte solidariteit, duurzame ontwikkeling en participatie van diaspora.
- Rechts ziet effectiviteit, beperking van verspilling en vermindering van migratiedruk.
- Middenpartijen zien transparantie, meetbare resultaten en hernieuwd draagvlak.
Het model is meer dan beleid – het is een brug tussen ideologieën.
Ethische legitimiteit
Ontwikkelingssamenwerking is niet alleen praktisch, maar ook principieel:
- Solidariteit: rijke landen dragen verantwoordelijkheid voor kwetsbare samenlevingen.
- Rechtvaardigheid: structurele hulp voorkomt dat kwetsbare groepen in Nederland de prijs betalen voor internationale instabiliteit.
- Inclusie: door diaspora actief te betrekken, ontstaat betrokkenheid en eigenaarschap.
Uitvoering en governance
- Coördinatie: Ministerie van Buitenlandse Zaken in samenwerking met andere departementen.
- Nationaal Partnerschapsplatform: bundelt overheid, NGO’s, kennisinstellingen, bedrijven en diaspora.
- Onafhankelijke monitoring: Clingendael, WRR en internationale auditors waarborgen transparantie.
Fasenplan:
- 2026–2030: opstartprojecten, infrastructuur, onderwijs, zorg
- 2030–2036: economische ontwikkeling, governance, capaciteit
- 2036–2046: overdracht, evaluatie, afronding
Risico’s en waarborgen
- Instabiliteit → jaarlijks bijsturen, modulair beleid
- Neokolonialisme → nadruk op gelijkwaardigheid en lokale regie
- Politieke wisselingen → wettelijke verankering, breed draagvlak
Wat als we niets doen?
Als Nederland blijft vasthouden aan het oude model:
- Gaan miljarden verloren zonder zichtbare opbrengst
- Neemt het publieke vertrouwen verder af
- Groeit de polarisatie over migratie en hulp
- Verliest Nederland invloed binnen Europa
Een denkbeeldige vergelijking:
| Model | Jaarlijkse investering | Effect |
| Huidige situatie | €6 miljard over 40+ landen | Laag |
| Focusmodel (Syrië) | €6 miljard in 1 land over 20 jaar | Hoog, meetbaar |
Campagne en draagvlak
Succes vraagt om publieke betrokkenheid.
- Campagne: Nederland kiest, Syrië groeit
- Website: met KPI’s, voortgang, verhalen en projecten
- Ambassadeurs: uit diaspora, bedrijfsleven, NGO’s
- Participatie: burgers kunnen belastingtoewijzing deels zelf sturen
- Meting draagvlak: via periodieke enquêtes (doel: ≥70% steun)
Conclusie
Het huidige model van ontwikkelingssamenwerking is inefficiënt en ondermijnt het draagvlak. De uitdagingen van deze tijd vragen om helderheid, lef en richting.
Nederland kiest: één land, één missie, één generatie.
Door ons twintig jaar lang te verbinden aan de wederopbouw van één partnerland – zoals Syrië – combineren we solidariteit met strategisch inzicht. We helpen een samenleving structureel vooruit, verminderen migratiedruk, creëren economische kansen voor Nederlandse bedrijven, en herstellen het vertrouwen van burgers in ontwikkelingssamenwerking.
De oproep aan kabinet, Kamer en maatschappelijke partners is duidelijk:
Maak van 2026 het startjaar van dit nationale verbond. Laat Nederland vooroplopen in Europa en bewijs dat een klein land groot kan zijn – door één land, één generatie, één missie te kiezen.